22 jan 2014

14 september 1946: Groningen IV gelicht

En tusschen de vrouwen en moeders die er voor hun gezin op uit trokken, bewogen zich de parasieten, de zwarte handelaren, die om te verdienen en anderen uit te zuigen met een mooi smoesje de goed geloovige en gulle gevers vaak er tusschen namen.

1946 Krant Gr IV  14-9-1946 DETAILDe toon en taal in de krant van 1946 zijn heel anders dan vandaag. In gedachten hoor je de stem van Philip Bloemendal, die het Polygoonjournaal zo mooi voorlas in de bioscoop. Vandaag voel ik mij een beetje alsof ik ademloos in zo’n zaal zit.

Mijn oom heeft me het bericht uit de krant Zuid-Friesland gestuurd, Zaterdag 14 september 1946, dat vertelt over het lichten van de Groningen IV.

De Groningen IV, het schip dat zonk in de aanvaring met de andere Lemmerboot de Jan Nieveen, in de nacht van 8 op 9 januari 1945. Overvol zaten de Lemmerboten in de laatste oorlogsmaanden, toen uitgehongerde mensen voortdurend tussen Amsterdam en Lemmer heen en weer reisden om in Friesland aan eten te komen. Mijn oma zat op dat schip.

‘Vaak hebben we medelijden met deze arme menschen gevoeld, die er op uit trokken om voor hun gezin nog maar iets op te doen, vaak tegen abnormaal hooge prijzen, of teven inlevering van de laatste restjes lijfdracht uit de linnenkast of gouden en zilveren sieraden.’

Dertien mensen kwamen om het leven, wat pas zou blijken in september 1946, want eerder dacht men dat het er wel vijftig zouden zijn.

‘Daarom heeft ook de Justitie er beslag op gelegd en staat het wrak onder voortdurende bewaking. De lijken van de omgekomenen zijn nog aan boord en is de toestand zooals het uit de golven omhoog kwam. Kajuit, dekschuit, schoorsteen en mast, alles is verdwenen, alleen ligt op dek nog een partij oud roest, overblijfselen van de rijwielen die eens van de passagiers zijn geweest.’

Daar lag dus ook de fiets van mijn oma, die ze had geleend van tante Jikke voor haar hongertocht naar Friesland. Mijn oma kon nog net op tijd vanaf het zinkende schip overspringen op de Jan Nieveen en overleefde de ramp.

Vandaag voegt mijn oom eraan toe: ‘De treurigheid wordt goed beschreven in het artikel, de hongerlijders werden toch beschouwd als tweederangs burgers, het doet mij allemaal erg denken aan de bootvluchtelingen uit Afrika  en Syrië.’

Inderdaad, als je dit leest, klinkt het weer actueel:

‘Schrijnend leed en een geweldige zelfopoffering zagen wij bij de afvaart van de boot vlak naast het verachtelijk gedoe van die mensen die elk blijk van naastenliefde en hulpvaardigheid hadden afgeschud en geen ander doel hadden dan geldelijk voordeel te winnen uit de nood en de honger van anderen.

Reageren