5 feb 2018

De magere jaren – Recept voor tulpenbollen

//
Reacties0

‘De magere jaren’ verscheen in 2 afleveringen op de Achterpagina van NRC Handelsblad; 2 en 3 november 2009. Klik op de illustraties om ze in groot formaat te bekijken.

‘De magere jaren’ schreef ze in kroontjespen op het groene omslag van een kladblok.

Wie deze huisvrouw was, weten we niet. Haar boekje stamt uit 1942/1943, volgeplakt met recepten die ze uit het Algemeen Handelsblad knipte, een voorloper van de NRC.
Joost Groeneboer vond het in Amsterdam Rivierenbuurt aan de straatkant en liet het mij zien. Ik werkte juist aan De boot naar Lemmer, dat speelt in de hongerwinter, en verdiepte me daarom in de Tweede Wereldoorlog.

Het receptenboekje zelf is geschiedenis: alleen al uit de krantenknipsels is veel af te lezen over de manier waarop vrouwen de eindjes aan elkaar probeerden te knopen. Zoals: ‘De Paaschdagen staan voor de deur en de huisvrouw bepeinst, hoe ze haar gezin die dagen iets feestelijks kan voorzetten.’

Het recept voor ‘een soepje vooraf’ is bepaald eenvoudig: het bestaat uit water, bindmiddel en een smaakje. Dat kon ook een surrogaatsmaakje zijn, want daar staan de recepten vol mee.

‘Huismoeder vertelt’, een rubriek in het Algemeen Handelsblad, staat vrouwen in de oorlogsjaren met raad en daad terzijde. De rubriek geeft tips voor het huishouden, zoals hoe je oude kurken kunt hergebruiken en hoe je wollen jurken kunt wassen zonder wasmiddel: ‘in water met eenige geschilde, gewasschen en geraspte aardappelen’. Duidelijk een advies uit het begin van de oorlog, want toen de voedselschaarste eind 1944 echt nijpend werd, gebruikte men de kostbare aardappels natuurlijk niet meer om wasmiddel te vervangen.
De schrijfster van de rubriek ontving vast veel prangende vragen en haar stukjes waren populair: vaak stond er ‘op verzoek’ bij de tips.

Dat er schaarste was, hoefde je in 1943 niemand uit te leggen. Huisvrouwen waren de hele dag bezig om hun gezin nog een voedzame maaltijd te kunnen voorzetten.
‘Wat ge missen kunt’ en ‘zoveel als ge hebt’ zijn tegen die tijd heel gebruikelijke aanduidingen voor de hoeveelheden geworden. De recepten verwijzen voortdurend naar de omstandigheden waaronder de vrouwen hun eten moesten bemachtigen.
‘Nu we op den boter-inhaalbon wat extra kaas krijgen, kunnen we ons wel veroorloven den volgenden schotel klaar te maken.’
Ook recepten voor ‘vleeschlooze’ dagen duiken op met de toevoeging ‘zonder vleesch toch zeer smakelijk’. ‘Nu het vleeschrantsoen is verlaagd en we weer peulvruchten op den bon krijgen, kunnen we bij een vleeschlozen maaltijd wel eens erwtengehakt geven.’

Hoe werkte het met die voedselbonnen?
Voedselbonnen waren geen geld. Het eten dat je met bonnen kon gaan halen, moest ook gewoon worden betaald. De bonnen zorgden alleen voor de verdeling van het voedsel. Er werd bekendgemaakt wanneer je iets kon kopen: een ei in een bepaalde week, tegen inlevering van een bon. Zelfs met de bonnen was niet altijd alles verkrijgbaar. ‘Men zal genoegen moeten nemen met de artikelen, welke de leverancier in voorraad heeft,’ waarschuwt de krant.

De periode waarin bonnen geldig waren werd soms onverwacht verlengd. Dan was het paniek als mensen verlopen bonnen al hadden weggegooid. Ook kwam het voor dat in de praktijk andere bonnen geldig bleken te zijn dan vooraf was aangekondigd.

De verwarring rondom de bonnen gaf natuurlijk veel onrust bij huisvrouwen. Een Amsterdamse vrouw van 59 schreef op 15 februari 1943 in haar dagboek: ‘… en zoo kan ik wel doorgaan, ’t is met alles hetzelfde liedje, er is nog eten nog kleeren te krijgen, deze week hadden we toch zoo’n vreeslijke tegenvaller, toen was bon 7 van de boter aan de beurt, en die moest een week te voren bij de kruidenier ingeleverd worden om die boter te krijgen, ik wist daar niets van omdat we geen courant lezen, dus toen ik met bon 7 om boter kwam kreeg ik niets, dat was me een ramp, we hadden toch al drie dagen zonder iets gezeten, en alsof dat nog niet erg genoeg was had ik bon 5 die ze eerst overgeslagen hadden weggedaan, omdat ze anders nooit een bon die ze oversloegen gebruikten, en dus kon ik ook voor de volgende periode geen boter bonnen inleveren, waardoor we zoodoende 24 dagen zonder boter moesten doen, nu ‘k heb eerst een deuntje gehuild toen ik thuis kwam en de heele nacht liggen piekeren.’

Aan het artikeltje ‘Het tweede ei’ kunnen we goed zien hoe weinig er soms te krijgen is. Eén ei op de bon. En dan voor uitzonderingsgroepen een tweede ei. Mits je de juiste bonnen nog had en ze op de juiste tijd inleverde…
‘Als er in uw gezin iemand is die op ziekenbonnen eieren krijgt…,’ met zo’n gelukje valt er nog een koekje te bakken. ‘Nu de kinderen een appel krijgen,’ kan er weer eens een stevig gerecht van aardappels worden opgevrolijkt met een appel en een ui. ‘Schil twee appels (de kinderen krijgen ze op de bon!),’ en het merkwaardige spaghetti-appelschoteltje is binnen handbereik.

Het Voorlichtingsbureau van den Voedingsraad geeft zo veel mogelijk adviezen over het bewaren van zomergroentes. Hoe je appels en sperziebonen droogt, hoe de voedingsstoffen goed bewaard blijven, wat de voedzame combinaties zijn. Het Unilever Voorlichtings Instituut geeft voor Kerst 1943 een receptenboekje uit.
En van de Plaatselijke Commissie inzake Huishoudelijke Voorlichting en Gezinsleiding komt de informatieve brochure over het gebruik van tulpenbollen in de keuken – de tulpenbol als maaltijd, hét symbool van de hongerwinter, was kennelijk in 1943 ook al bekend.

Voedzaam eten

Gort en havermout; aardappelen, rijst, spaghetti en macaroni; groenten als selderijknollen, koolsoorten, rapen. De magere jaren geeft de indruk dat er zwaar gegeten werd. Grote hoeveelheden koolhydraten vormden het menu; aangevuld met weinig vetten en met geluk wat eiwitten (kaas, eieren, vlees en zuivel). ‘Gortmoutpudding zonder melk.’
Groenten waren er wel: seizoensgroenten natuurlijk, geen zaken die aan het andere eind van de wereld in de kas gekweekt werden. Gestoofde komkommer, veldsla, en groene sla die ‘pittiger werd gemaakt met een geraspt uitje en rauwe wortel’.

Maar ‘zwaar’ eten is niet hetzelfde als ‘voldoende’ eten, laat staan volwaardig eten. En de verzameling recepten geeft niet de indruk dat er veel te genieten viel.
Een veel gebruikt ingrediënt is regeeringsbloem, dat in de bakrecepten voorkomt. Je kunt er koekjes en taarten mee bakken, én het gaat in de imitatieslagroom.
Bloem werd tot zelfrijzend bakmeel gemaakt door er dit thuisgemaakte bakpoeder doorheen te mengen: ‘gelijke hoeveelheden dubbelkoolzure soda (zuiveringszout) en gemalen wijnsteenzuur vermengd met wat meel, bijvoorbeeld aardappelmeel. 3 gram op 100 gram bloem.’

Met brandstof ging de huisvrouw zuinig om.
Gas was er nog in 1943, en de tips om het spaarzaam te gebruiken staan regelmatig bij de recepten. De hooikist, ook voor de oorlog in gebruik, kwam weer helemaal in. Daarin kon je eten laten doorgaren, waarmee je gas bespaarde. Een goed advies was ook om het eten niet te lang te koken. ‘Meestal is dertig minuten koken genoeg.’ Zuinig en gezond!

Hoe de huisvrouw van 65 jaar geleden bezig was met het verwerken en recyclen van letterlijk alles wat er was, lezen we in de instructies om konijnenvellen te looien.
Natuurlijk, veel dieren werden thuis geslacht, gevild en leeggehaald. De huidige thuiskoks zouden ervan griezelen, nu we het vlees in cleane kunststofbakjes onder folie uit de supermarkt halen.
Later in de oorlog werden de huisdieren het haasje. In 1943 ging het om konijnen die misschien nog bij de poelier te koop waren.

Achter het beeld van het gewone dagelijks leven in de keuken gaat het oorlogsnieuws schuil. Letterlijk: van sommige knipsels in De magere jaren is de achterkant nog leesbaar.

Daar overzien we de wereld waarin gekookt werd: ‘Gelukwensch van Hitler aan Mussolini’, ‘Spertijd onveranderd’, ‘Verliezen van het Britse luchtwapen’, een ‘onoverzienbare lijkstoet’ in Antwerpen, ‘Valschermjagers tegen Bolsjewistische benden’ en ‘Meldt u zich aan voor de keuring voor de Waffen-SS’.

De onbekende Amsterdamse huisvrouw van De magere jaren had nog een zware tijd voor de boeg, het ergste moest nog komen. In de hongerwinter van 1944/45 kwamen naar schatting 20.000 mensen van honger om.
Ook na de oorlog was er nog lang schaarste; veel eerste levensbehoeften bleven jaren op de bon.

Laten we hopen dat ze de oorlog overleefd heeft en van de daarop volgende welvaart heeft kunnen genieten.

‘De magere jaren’ verscheen in 2 afleveringen op de Achterpagina van NRC Handelsblad; 2 en 3 november 2009.