Sieneke de Rooij Trouw 19-9-2015 Geef ook ervaren werknemer kans
20 sep 2015

Met wie gaat het goed? Trouw Opinie 19-9-2015

//
Reacties1

Sieneke de Rooij Trouw 19-9-2015 Geef ook ervaren werknemer kans Dit artikel verscheen op 19-9-2015 op Opiniepagina 26 van Trouw onder de titel Geef ook ervaren werknemer kans (pdf). Ik plaats het ook hier om verdere discussie over dit onderwerp mogelijk te maken.

Met wie gaat het goed? Economie in de praktijk

Gaat het goed? Daarover wil ik graag mijn eigen ervaring van de laatste jaren met u delen. Zeker nu ik mij wat moedeloos voel na de informatie van Prinsjesdag en de strubbelingen in de Algemene Beschouwingen.

Begin 2012 werd ik ontslagen, toen het instituut waar ik werkte werd opgeheven als gevolg van de cultuurbezuinigingen. Het fuseerde in een kleiner instituut en met mij verloren zo’n 40 collega’s hun baan. Helaas konden we niet solliciteren op functies in het nieuwe instituut: de herinrichting ging volgens anciënniteit per functiegroep. Zo bleven niet overal de meest gemotiveerde, maar wel de langst zittende medewerkers over. Het nieuwe instituut kon zijn nieuwe personeel ook niet vrij kiezen.

Boven de vijftig??

Ik solliciteer me al drie jaar een slag in de rondte. Ik zoek breed, ruim, met open blik en creativiteit, zoals bij me past. Ik liet me niet uit het veld slaan door het veelgehoorde: ‘Boven de vijftig? Vergeet het maar, je komt NOOIT MEER ergens in. Begin maar iets voor jezelf.’ Dat is dé crisisoplossing van alle 50+-ers. Of je er nu voor in de wieg gelegd bent of niet: er lijkt niet veel andere keus te zijn: je wordt Nood-ZZP-er.

Zelf hoorde ik graag langere tijd bij een organisatie waarop ik samen met mijn collega’s trots kon zijn. Ik kwam altijd goed tot mijn recht toen ik kon meewerken aan het langere-termijn-beleid en niet alleen ad-hoc klussen afhandelde. Vaste kracht zijn vergroot betrokkenheid, kennis van je vak en het werkveld.

De beslommeringen met het UWV sla ik even over. Daarover heeft Sjors van Beek een realistisch beeld geschetst in zijn artikel ‘Verdwaald in het digitale UWV-doolhof’ (devolkskrant.nl, 5-9-2015). Maar ik wil drie grote problemen voor 50+-ers op de arbeidsmarkt benoemen.

stagevermomming

Het eerste probleem is: stagevermomming. Veel werkgevers gaat het nog niet zo voor de wind. Daarom is de stage nu het beste middel om goedkoop aan jonge werknemers te komen. Vele vacatures tonen een functieomschrijving waar ik met mijn 30 jaar werkervaring blij van word. Maar als ik goed lees, blijkt het een flinke baan verpakt als stage. Die strategie is problematisch voor drie partijen: de stagiair, de werkgever en een zoekende ‘oudere’ werknemer. De stagiair moet een zware klus klaren waarvoor z/hij misschien nog niet klaar is, de werkgever mist de ervaring en efficiency van een ervaren werknemer, en die 50+-er kan zichzelf niet jonger toveren en blijft met zijn schatkist zitten.

profielpaniek

Het tweede probleem is: de angst van werkgevers om mensen een kans in een nieuw werkveld te geven. Nu zich meer dan 500 sollicitanten per vacature melden, verdwijnen vacatures soms snel van de websites omdat de ontvanger de reacties niet aankan. De werkgevers zoeken er de vijf tot tien mensen uit die voor 100% op het vooraf bedachte profiel passen. Ik heb diverse sollicitaties met gefundeerde hoop en veel enthousiasme geschreven, omdat ik vond dat ik perfect geschikt was voor de job. Maar als ik niet uit het werkveld kwam, of op een bepaald gebied zou moeten bijspijkeren, werd ik niet uitgenodigd. Ik weet dit zeker: ik heb het herhaaldelijk nagevraagd. Zo halen werkgevers mensen in huis die eerder exact hetzelfde deden, en kunnen werknemers die variatie zoeken moeilijk opnieuw beginnen.

salarisstress

Het derde probleem is: men denkt dat ik te duur ben. Bepaal ik dat niet zelf? Als ik sollliciteer op een baan met een lager salaris dan ik eerst verdiende, ga ik daarmee toch akkoord? Nee, dat gelooft de werkgever niet en concludeert: die is te duur.

Als doorgewinterd all round redacteur, coördinator en schrijfdocent ben ik gewend me snel in te werken in allerlei materie. Natuurlijk zijn er ook specialisten nodig; ik kan geen technische bouwspecificaties schrijven. Maar velen die mij goed kennen zeggen steeds: ‘Maar jij kunt zoveel!’ En: ‘Er is zó veel werk dat gedaan moet worden!’ Hoe krijg ik die realiteiten bij elkaar?

Ik las over miljoenen voor de bestrijding van werkloosheid onder ouderen. Waar gaan die naartoe, met welk concreet effect? Verborgen werkloosheid is erger dan ooit. Vandaag geldt: voor jou duizend anderen.

naar de nullijn (tijdelijk, hoop ik)

Als mijn restant uitkering over twee maanden stopt, verdwijn ik uit de statistieken. Dat scheelt, dan lijken de getallen weer lager. Voor mij wordt het spannender dan ooit: mijn inkomen keldert van € 1300,- naar € 0,- (NUL). Daarop is ons huishouden niet berekend. Overdag houd ik ogenschijnlijk de moed er prima in – ‘s nachts zit ik met hartkloppingen zwetend rechtop in bed.

De economie schijnt aan te trekken. Werkenden gaan erop vooruit! En goed dat bezuiniging heeft geleid tot een evenwichtiger overheidsbegroting. Maar een onderliggende oorzaak van de langdurige werkloosheid onder 50+-ers is hardnekkig: het feit dat werkgevers geen ‘ouderen’ in dienst nemen.
Werkgevers en overheid, vergeet de zilveren kracht niet.

Sieneke de Rooij
redacteur, projectcoördinator, werkzoekende, 54 jaar (ik noem dat Versie 5.4)

 

1 reactie

  1. Graag wil ik zelf nog reageren op de discussie over de kansen voor ‘oudere’ werkzoekenden.
    Op 21-9 schrijft lezer J.P.W. de Vries als reactie in Trouw over ‘valse concurrentie’: de verschuiving van banen naar de vrijwilligersmarkt. Steeds meer werk dat voor de crisis normaal betaald werd, wordt nu door vrijwilligers gedaan – voor weinig tot geen geld uiteraard. Dit vind ik een heel slechte ontwikkeling, want het betekent dat werk als waardeloos wordt neergezet, omdat er geen financiële waarde aan wordt toegekend.

    De discussie buigt naar een richting die ik zelf zeker niet wil inslaan. Het kabinet, en ook lagere overheden, maken plannen om vluchtelingen zo snel mogelijk aan een baan te helpen. Dat juich ik alleen maar toe, omdat ik me sterk bewust ben van de voorsprong die ik nog altijd heb op mensen die hun hele leven hebben achtergelaten. Ik gun mensen die er zo aan toe zijn alle hulp die ze kunnen krijgen: op het gebied van wonen, taalverwerving, educatie en werk vinden.

    Wél ging het door mij heen: wat zou ik ook graag actieve hulp hebben gehad. Daarbij denk ik aan de ondersteuning bij omscholing die er vroeger zo ruimschoots was, en die bij de bezuinigingen volledig is afgeschaft. Dit maakt de lasten zwaarder om nog een volledige ommezwaai te realiseren, ook als je dat graag zou willen en een omscholing betere kansen op de arbeidsmarkt zou geven.